< Onze werkplaats

Waarom mensen in organisaties hun smaak voor mooi en lelijk moeten ontwikkelen

15 februari 2017
Jouke Kruijer
559x
0
Waarom mensen in organisaties hun smaak voor mooi en lelijk moeten ontwikkelen

Of iets mooi is of lelijk, komt er niet zo op aan als we naar organisatieontwikkeling kijken. Als kunstenaar en organisatieadviseur denk ik daar anders over. Managers moeten niet alleen weten wat nuttig is, ze moeten ook hun eigen smaak ontwikkelen voor wat ze mooi en lelijk vinden. Esthetiek verbindt. En de waarde leren zien van het gekke is een voorwaarde voor innovatie.

Verkreukelde vernieuwing

Eens in de week kom ik met een aantal kunstenaars bij elkaar om een model te schilderen. Aan het einde van de sessie, als het model weer in de kleren gaat, leggen wij al het werk op de grond en bespreken het na. Af en toe krijgen we dan dit gesprek. “Wat heb je met die verkreukelde tekening gedaan?” vraagt iemand. “In de prullenbak,” komt het antwoord. “Ja, dat kan natuurlijk niet. Haal hem er maar weer uit.” Als het verkreukeld werk tussen de andere tekeningen ligt, valt onmiddellijk op dat hier iets nieuws te zien is. Een nieuwe richting, nog niet rijp, nog niet gepolijst. Onbeholpen en misschien wel lelijk. Maar beslist anders dan de rest. En daarmee veel te waardevol om in de prullenmand te belanden. “Vinden jullie dit echt wat?” “Ja, hang het maar een week op en kijk er af en toe naar.” Vaak zie je maanden daarna een nieuwe richting bij de kunstenaar op basis van dit verkreukelde begin.

Waarom kunnen we zo slecht tegen iets afwijkends? Wat maakt dat we ons ervoor schamen en het weg willen moffelen? Doodzonde! Al die bakken vol afwijkingen, miskenningen en ongekende mogelijkheden. Keer ze om: er kan wel eens goud tevoorschijn komen.

Schoonheid en verleiding als overtuigingsstrategie?

De waarde van het afgedankte is zo verstopt dat we vaak geholpen moeten worden met kijken voordat we het mooi kunnen vinden. De alchemie gaat via onze ogen. Zoals bij de kunstenaar hierboven. Of zoals bij restaurant Instock dat met een elektrisch busje langs filialen van Albert Heijn rijdt om restjes en gekke groentes op te halen. Consumenten kopen liever geen kromme komkommers, tweebenige wortelen en bobbelige paprika’s. Van alle groente en fruit in Nederland belandt tussen de 5 en 10 procent bij het afval. Niet omdat het niet eetbaar is, maar omdat het er raar uitziet. Gasten komen in eerste instantie vanwege idealistische overtuigingen. De echte bewustwording begint pas aan tafel. Volgens de eigenaar, zijn bezoekers vaak verrast door het mooi opgemaakte bord en gaan ze daarna ook anders kijken naar wat ze zelf in de koelkast ‘in stock’ hebben. Ze schrijven zich in op workshops over hoe je creatiever kunt worden met restjes of de houdbaarheid van vlees en vis verlengt.

Dat het nuttig is om nog iets met afgedankte spullen te doen begrijpen we wel, maar het afgedankte ook mooi vinden, is de uitdaging. De meeste managers en adviseurs hebben meer verstand van nuttig dan van mooi. Gevoel voor esthetiek is vaak niet een functionele vereiste in een management profiel. Onterecht, want schoonheid kan verleiden en verleiden is vaak een succesvoller strategie dan overtuigen. Powerpoints met bullets hebben al lang ruimte gemaakt voor filmpjes en mooie plaatjes.

Daar zit de crux. Esthetiek verbindt op een dieper niveau dan rationaliteit. Het appelleert aan emoties en maakt contact met een ander, ouder deel van onze hersenen.

Een voorbeeld op de werkvloer over spetters en druipers

Toen ik Lean Leadership introduceerde bij een verffabriek, liep ik altijd met een telefoon op zak. Ik had gemerkt dat er een rijkdom aan schitterende onbedoelde vlekken, spetters en verkleuring vast te leggen was in de fabriek. Eerst kreeg ik er flauwe grappen over. Maar na een jaar begonnen medewerkers mij opmerkzaam te maken op spetters en druipers op vloeren en ketels. Waar vroeger een morsing met schuld, schaamte en ongemak gepaard ging, kwam er een extra dimensie bij: verspilling was ook mooi! Niet dat operators trots waren op de ‘waste,’ maar het besef dat je ook op een andere manier naar een vlek kon kijken, maakte de gesprekken over de verbeteracties makkelijker. Er was zelfs iemand die voorstelde om een fototentoonstelling te maken van morsingen.

Eigenlijk hebben mensen in organisaties hun gevoel voor schoonheid ook bij het vuil gezet. Kijk eens naar de vaak treurige inrichting van de kantoorruimtes. Als je bewust aandacht geeft aan kleding, inrichting, websites, offertes leer je dat mooi ook lelijk kan zijn en andersom. Je leert zo het mooie zien van je verstoten talenten, de last van anderen waarderen, nieuwkomers verwelkomen en het ongemak van organisatieveranderingen omarmen. We moeten elkaar in deze tijd helpen om het goud in de prullenbak te zien. Want zelf hebben we vaak geen idee wat voor moois we achteloos wegdonderen.

“Hoe zijn jullie eigenlijk bij elkaar gekomen,” vroeg ik laatst aan een jong, gelukkig stel. “Zijn vorige vriendin had hem op straat gezet,” antwoordde de vrouw. “Maar ik zag er nog wel een leuk kastje in….”